‘2026, de kop is eraf!’
Zo, het begin is weer gemaakt, de eerste maand van het nieuwe jaar zit er al bijna op. Het jaar is traditiegetrouw begonnen met de KFPS Hengstenkeuring. Gevoelsmatig voor mij pas echt de start van het nieuwe jaar, want ik kijk er altijd wel naar uit. Bovendien zijn die eerste 2 weken van het nieuwe jaar een soort van ‘proefdraaien’. Tenminste, zo voelt dat. Nog een beetje herstellen van de feestdagen en je ritme herpakken. Dat laatste ging dit jaar nog niet zo makkelijk want vanwege het winterse weer werd ons aanpassingsvermogen even op de proef gesteld.
En dan de Hengstenkeuring. Een ticket voor de zaterdag doet qua investering, zelfs met ledenkorting, al niet meer onder voor een ticket voor een concert van de gemiddelde rockband. Maar ach, dan heb je ook wat…
Ik ben alle 3 dagen geweest. Op donderdag de tweede bezichtiging van de jonge hengsten. Op vrijdag ook, maar ik heb tevens een paar interessante lezingen bijgewoond. En op zaterdag natuurlijk de grote finale. De pas goedgekeurde dekhengsten hebben mij echt verrast. Deze groep was, in mijn ogen, netter dan hun collega’s van de lichting van het jaar daarvoor. De oudere hengsten lieten zich, op een enkele uitzondering na, weer prima zien. Waarbij het voorbrengen aan de lange lijnen dan toch net dat beetje extra doet, ten opzichte van het voorbrengen aan de hand. Menig kippenvel-moment gehad!
De kampioenskeuring heb ik niet afgewacht, want thuis wachtte ons eigen zwarte goud op een schoon bed en een maaltijd. De uitslag was weer weinig verrassend. Niets gemist dus. Je zou er bijna iets van denken…
De ‘oogst’ van de tweede bezichtiging is 44 jonge hengsten die zijn uitgenodigd voor de Voorrijdagen.
Van de hengsten die ik heb gezien, vond ik er geen één echt uitspringen. Niet qua exterieur en niet qua beweging. Een aantal dieren vind ik eigenlijk al te groot voor hun leeftijd. En over leeftijd gesproken, er zit zelfs eentje bij die amper 2,5 jaar oud is. Maar gelukkig is dat binnenkort verleden tijd.
Wat beweging betreft valt mij op dat met name de stap de laatste jaren flink verbeterd is. De draf daarentegen laat nog wel wat te wensen over. Echte uitblinkers zijn schaars en dan doel ik vooral op de manier van draven. De beweging is bij veel paarden eerder ‘op en neer’ dan voorwaarts. Met andere woorden: ze maken met veel bombarie maar weinig meters.
Draven met lossigheid en schwung waarbij de beweging door het hele lijf gaat, is eerder uitzondering dan regel. Zodra de staart omhoog komt, gaan de handen op elkaar en daarmee is de kous af, zo lijkt het.
Het nadeel van 'echt leren kijken' naar paarden, zoals ze in het Engels zo mooi zeggen, ‘Once you see it, you can’t unsee it’.
‘Men’ wil het Friese paard als dressuurpaard en als showpaard en ik krijg daarbij wel eens de indruk dat functioneel bewegen, zoals het hoort, van ondergeschikt belang is voor de heren en dames juryleden.
Van de 44 aangewezen jonge hengsten hebben 32 een verwantschapspercentage tussen de 18 en 19 procent. 12 zitten onder de 18 procent, en daarvan zit slechts eentje onder de 17 procent, namelijk 16,6%.
Van de 6 hengsten met een ‘laag’ verwantschapspercentage (< 17%) die doorverwezen werden naar de tweede bezichtiging, waren er uiteindelijk 3 aanwezig en daarvan hebben de bolhoeden dus maar 1 goed genoeg bevonden om mee te nemen in het traject naar goedgekeurde dekhengst. Als ze er niet zijn dan kun je ze ook niet meenemen, maar neem dan in ieder geval mee die je wel hebt, toch?
Vorige week kwam de Fokkerijraad met een analyse over de invloed van de hengst
Jochem 259. Maar liefst 75% van de aangewezen jonge hengsten heeft Jochem via de vaderlijn rechtstreeks in zijn afstamming. Op zich niets nieuws want het was al langer bekend dat Jochem een enorm grote invloed heeft op de hedendaagse fokkerij. Kijken naar alleen de hengstenlijnen is wellicht wat kort door de bocht, maar deze analyse is wel een mooie om mee te nemen en om over na te denken. Want ondanks dat er de laatste jaren heel veel wordt gediscussieerd over bloedspreiding, verwantschapspercentage en erfelijke afwijkingen lijkt het, kijkend naar de keuringsuitslagen, dat hier nog maar mondjesmaat daadwerkelijk rekening mee wordt gehouden. Het lijkt of er belangen spelen die belangrijker zijn dan vooruitgang in de fokkerij, diergezondheid en dierenwelzijn. Belangen die te maken hebben met Euro’s, Dollars en Mexicaanse Peso’s. Belangen die niet zozeer te maken hebben met de afstamming van het paard in kwestie, maar met die van de eigenaar of fokker.
Dieren die misschien niet vooraan staan wat betreft beweging en/of exterieur, maar wel interessant zijn qua bloedvoering en afstamming, zijn in het verleden meer dan eens aan de kant geschoven. En dat zorgt ervoor dat goede fokkers de handdoek in de ring gooien.
En dan zijn er ook nog steeds hele volksstammen die de kampioen achterna rennen. Als je dezelfde hengst meerdere (5!) keren kampioen maakt, en deze bovendien drager is van een gen met een genetische afwijking dan is dit toch vragen om problemen?
Wil je als stamboek zorgen dat je fokkers zoveel mogelijk gebruik maken van de verschillende dekhengsten, maak dat niet meerdere jaren achtereen dezelfde hengst kampioen op de Hengstenkeuring. Want dát is wel de trend van de afgelopen jaren.
Fokken is (geen) gokken, maar bij veel paardenhouders speelt wel de emotie. En iedereen die eens op de Friese Hengstenkeuring is geweest weet hoeveel emotie er gemoeid is met ons Friese paard.
Ondertussen blijven hartverscheurende verhalen over Friese paarden die, vaak veel te jong, zijn gestorven aan een erfelijke afwijking binnenstromen op de sociale media. Maagrupturen, slokdarmverlammingen, aortarupturen.. Ik hoorde tijdens de lezing over gebitsproblemen bij het (Friese) paard dat er zelfs aanwijzingen zijn dat ook hier de bindweefselproblematiek mogelijk een rol speelt. Het einde is nog lang niet in zicht, zo lijkt het.
Wellicht nog het beste goede voornemen voor 2026 (en daarna!): laten we voor de verandering eens het gezonde boerenverstand voorop gaan stellen…!






