Komkommertijd?
Van komkommertijd kun je deze zomer niet spreken. Crisistijd is een beter woord.
Crisis, of crisissen eigenlijk. Want hoeveel crisissen hebben we inmiddels? Asielcrisis. Klimaatcrisis. Woningnoodcrisis. Energiecrisis.
Crisis. Een angstaanjagend woord. Wie ‘crisis betekenis’ intypt op Google, krijgt een ‘zware noodsituatie’, een ‘hachelijke toestand’ en een ‘ernstige verstoring’ als antwoord. Om bang van te worden.
Maar we zijn ondertussen wel wat gewend. Een aaneenschakeling van crisissen. Dit werd het eerst zichtbaar ten tijde van de ‘coronacrisis’. Alsof deze crisis het startschot is geweest voor alle crisissen die we sindsdien op ons bordje hebben gekregen. Niet dat er daarvoor geen crisissen waren. Maar deze crisis was wel het kantelpunt. En er lijkt geen eind aan te komen. Sterker nog, er komen alleen maar nieuwe crisissen bij. En bestaande crisissen worden niet opgelost. Geen wonder dat de wachttijden in de GGZ zo lang zijn…
Stikstofcrisis. Volgens de geleerden veroorzaakt door de boeren. Gek genoeg hebben ze voor deze crisis wel een oplossing; namelijk het om zeep helpen van de agrarische sector. Dat ze daarbij ook de voedselzekerheid de nek omdraaien lijkt niet helemaal door te dringen. Terwijl er iedere week tussen de 700 en 1000 nieuwe monden om te voeden bij komen in ons toch al overvolle Nederland. Maar dat is een andere crisis…
De stikstofcrisis vind ik persoonlijk het meest angstaanjagend. Want deze crisis komt voor mij heel dichtbij. Ik kom uit de agrarische sector. Ik ben boerendochter. En ik ben in zekere zin ook werkzaam in de agrarische sector. Als er straks geen veehouders meer zijn, dan zijn er ook geen veeartsen meer nodig. En dus ook geen veeartsassistenten. Komt mijn baan dan ook op de tocht te staan?
Onze sector krijgt tegenslag op tegenslag te verwerken. En moet zich maar blijven aanpassen aan alsmaar nieuwe regels en wetten. Waar tijdens het spel de spelregels worden veranderd. Waar theorie en praktijk mijlenver uit elkaar liggen. Beleid dat wordt bepaald door mensen die niets van de praktijk afweten. Die nog nooit met de laarzen vastgezogen in de zompige klei hebben gestaan. Nog nooit in het holst van de nacht een kalf ter wereld hebben gebracht. Nog nooit hebben gebeden tot de weergoden voor het brengen van regen of juist voor het stoppen van de regen. Beleid dat compleet onuitvoerbaar is. Voor een probleem dat alleen op papier bestaat.
Afgelopen week waren de eerste boerenprotesten. Overal duiken de omgekeerde vlaggen weer op. Dat daarbij ook hooibalen in brand moeten worden gestoken terwijl het toch best wel droog aan het worden is zo in het land, getuigt dan weer van vrij weinig boerenverstand als je het mij vraagt. Actievoeren, absoluut. Maar denk wel een beetje na alsjeblieft.
We zullen zien of het helpt. Of de politiek wakker geschud zal worden. Ik heb er een hard hoofd in..
Niets doen is geen optie, maar heeft het allemaal wel zin? Wat heeft het de vorige keer opgeleverd? Hooguit een beetje uitstel. Uitstel van executie. Want de Agenda dendert gewoon door. Ontkennen heeft geen zin meer. Dan maar een wappie. Maar we gaan de strijd aan en zullen ook hierin een weg vinden.
En dan hebben we nog de ‘Fries-Paarden-Stamboek-Crisis’. De beerput is open gegaan. Zelfs de landelijke pers heeft zich ermee bemoeid. Het einde van het Friese paardenras is in zicht, zo moeten we geloven. Gezondheidsproblemen door inteelt problematiek. Met vrijwel zeker de dood tot gevolg.
Het zijn echt niet allemaal grazende tijdbommen. Maar het is wel een omvangrijk probleem dat we niet langer voor ons uit kunnen schuiven. Het is wel degelijk 2 voor 12.
Niets nieuws onder de zon, dit weten we al decennialang. Het verschil: dankzij sociale media is het nu zichtbaarder dan ooit. Mensen zijn mondiger geworden. Komen naar buiten met de ellende die ze hebben meegemaakt. Gooien alles eruit op Facebook. Inclusief foto van hun pas overleden edele viervoeter. Iets wat ik nooit heb begrepen. Maar goed, iedereen rouwt op zijn eigen manier.
Liefhebbers, recreatieruiters, hobbyfokkers. Mensen met hart voor hun dier zonder daar een economisch belang bij te hebben. Mensen die gewoon willen genieten van hun Friese paard en hun stinkende best doen om hun lieveling gezond oud te laten worden. Maar van de koude kermis thuiskomen en vroegtijdig afscheid moeten nemen. Soms geheel onverwacht, soms na jarenlang dokteren.
We kennen ze wel, die erfelijke gebreken allemaal. Naarmate er meer wetenschappelijk onderzoek wordt gedaan, wordt de lijst alleen maar langer.
Hoe het zover heeft kunnen komen is niet zo moeilijk te bedenken. Iets met geld, nog meer geld en met invloedrijke poppetjes. Struisvogel- en vriendjespolitiek. Lang verhaal kort.
Het Stamboek is er wel mee bezig hoor. Er worden commissies aangewezen. En commissies om die commissies te controleren. Er worden plannen gemaakt, protocollen worden herzien. Maar het gaat traag. En er wordt almaar voortgeborduurd op reeds bestaande plannen die al bewezen hebben weinig effectief te zijn. Het is het allemaal net niet. En bovenal; het is te laat.
Maar hoe nu verder? Eerst maar eens beginnen met het radicaal veranderen van het selectiebeleid van zowel hengsten als merries. De tunnelvisie moet doorbroken worden. Minder nadruk op uiterlijke kenmerken en beweging, meer nadruk op gezondheid en duurzaamheid. Maar dit doen ‘ze’ toch al? Helaas merken we er in de praktijk nog niet heel veel van.
Het paard moet gekeurd worden en niet de eigenaar, fokker of sponsor. In de catalogus alleen de gegevens van het paard zetten en niet die van de eigenaar en fokker. Of helemaal zonder boekje keuren. Dit wordt al jaren geroepen. Maar de belangen zijn schijnbaar te groot. Of zou er wellicht een angstcultuur heersen? Wie zal het zeggen?
Voor de gewone man of vrouw is er geen lol meer aan om deel te nemen aan een keuring. Er is geen eer aan te behalen. Heb je niet de juiste connecties? Jammer joh, je staat bij voorbaat al 1-0 achter. Heb je dan ook nog eens een ‘gewone’ merrie, dus eentje die niet draaft als een op hol geslagen trekpop, dan kun je het helemaal wel schudden. Dan kun je als paard nog zo netjes je rondjes draven, er wordt wel iets gevonden om je op af te rekenen. Een te hellend kruis, te kort voorbeen of te kleine hoeven. Ik noem maar wat. Stamboek 3e premie. Als je geluk hebt.
Nog maar sporadisch wordt er echt rekening gehouden met de afstamming. En krijgt een merrie toch een hoge primering ondanks dat ze volgens de maatstaven wat ‘gewoontjes’ is. Maar het is een begin.
Een hengst hoort geen 5 maal kampioen te worden. Al helemaal niet als hij drager is van een gen met een genetische afwijking. Een merrie die op 3- jarige leeftijd al door de kogels zakt hoort geen sterpredikaat te krijgen. Want met deze dieren moet je niet gaan fokken. Maar door deze dieren een hoge beoordeling te geven wordt dit wel gedaan. Dat is geen verantwoord fokbeleid. Dat is vermeerderen en dat is defecten in stand houden.
Ergens snap ik het ook wel hoor, dat beoordelen is geen kattenpis. Respect voor onze juryleden. Als je de hele dag in de keuringsbaan staat om paarden te beoordelen, dan zijn ze na een tijdje allemaal zwart. Letterlijk en figuurlijk. Dan zie je volgens mij geen onderscheid meer. Dan ben je blij dat je tijdens het shownummer in de pauze eventjes kunt gaan zitten.
En misschien ligt er grote druk op je. Van eigenaren, van hengstenhouders? Wat is anders de reden dat je de meest laagverwante jonge hengsten niet door laat gaan naar de Voorrijdagen? Maar in plaats daarvan meer van hetzelfde wel een kans geeft op een dekbrevet?
En dan; inkruisen met andere rassen toestaan. En dit zelfs stimuleren. Wel goed overwogen natuurlijk. Want je wilt niet andermans ellende binnenhalen. Vloeken in de kerk? Nee, dit is het beest in de bek kijken en kiezen voor daadkracht en vooruitgang. Want de stappen die tot nu toe zijn gezet, zetten geen zoden aan de dijk. Dat is wel bewezen.
Laten we positief blijven. Laten we met z’n allen de schouders eronder zetten. Er staat te veel op het spel om in het negatieve te blijven hangen. Ons prachtige Friese paard. Zodat ook de volgende generaties kunnen genieten van de gratie, kracht en het geweldige karakter van Fryslân’s trots.
Bij deze blog eens geen foto van een paard. Maar een foto van onze pinken. Koeien in de puberteit, voor de niet-agrarisch-onderlegde lezers onder ons. Op een mooie zomeravond kijken ze met een nieuwsgierige blik de wereld in. Ze hebben er geen benul van dat onze beleidsmakers ze liever vandaag dan morgen zien vertrekken. Zalig zijn de onwetenden.








